Menu Sluiten

Lijfrente

Met een lijfrente bouwt u fiscaalvriendelijk een vermogen op als aanvulling op uw pensioen (AOW en eventueel werkgeverspensioen). Het is fiscaalvriendelijk omdat de premies en de inleg fiscaal aftrekbaar zijn, zolang er sprake is van een pensioentekort. Of dit in uw situatie het geval is, kunnen wij voor u berekenen.

Lijfrente kent twee varianten:

  1. Verzekerde lijfrente = opbouw in een lijfrenteverzekering
  2. Bancaire lijfrente = opbouw op een bankspaarrekening

De lijfrente kent twee fases:

  1. Opbouw
  2. Uitkering

U bouwt vermogen op in een verzekering of op een bankrekening. Die opbouw heeft een afgesproken einddatum waarop er uitgekeerd gaat worden. Dat noemen we expireren. Vanaf het moment van expireren kunt u beslissen of u het direct periodiek laat ingaan of dat u de periodieke uitkering nog even uitstelt.

Op het moment van expireren komt het geld vrij bij de verzekeraar of bank. Het geld komt niet ineens in uw handen terecht, maar het blijft bij de maatschappij tot het periodiek wordt uitgekeerd. U heeft na expireren de keuze om het bij dezelfde maatschappij te laten staan, of het ergens anders onder te brengen. Op dat moment is het van belang te zoeken naar de gunstigste maatschappij. Wij adviseren en bemiddelen hier graag bij in geval van nieuwe en lopende lijfrenteproducten. Belangrijk is dat u het hoogste rendement krijgt bij de uitkering, des te hoger is uw periodieke uitkering.

Er zijn vier verschillende lijfentes:

  1. Oudedagslijfrente
  2. Tijdelijke oudedagslijfrente
  3. Nabestaandenlijfrente
  4. Overbruggingslijfente

1. De uitkering van de oudedagslijfrente stopt bij overlijden. De ingangsdatum van oudedagslijfrente is vrij, maar is uiterlijk op je 70e. De hoogte van de uitkering is ongelimiteerd.

2. De uitkering van een tijdelijke oudedagslijfrente stopt niet bij overlijden, maar na een vooraf bepaald uitkeringsduur. De minimale uitkeringsduur is 5 jaar. De hoogte van de uitkering is gemaximaliseerd op € 20.097. De uitkering mag niet eerder ingaan dan op je 65e, maar start  uiterlijk op 70-jarige leeftijd.

3. De uitkering bij een nabestaandenlijfrente start op het moment van uw overlijden, maar kan worden uitgesteld als uw nabestaanden recht op ANW hebben. Als uw nabestaanden geen directe familieleden zijn, is elke looptijd acceptabel. Zijn de nabestaanden wel directe familieleden, dan kunnen nabestaanden ervoor kiezen om de lijfrenteuitkering te stoppen als ze nog geen 30 jaar zijn. Na hun 30e stopt de uitkering bij overlijden. De hoogte van de uitkering is ongelimiteerd.

4. Tot 1 januari 2006 was het mogelijk om een overbruggingslijfrente te sluiten om eerder te kunnen stoppen met werken. Vanaf 1 januari 2006 is de aftrekbaarheid van de premies vervallen. Wel is het mogelijk om het opgebouwde vermogen tot 1 januari 2006 om te zetten in een uitkerende overbruggingslijfrente om daarmee de periode tot aan uw pensioen te overbruggen.

Bij lijfrente zijn er dus veel keuzemogelijkheden. Wilt u weten of u een pensioentekort hebt, of welke lijfrente u het beste op welke manier kunt regelen, neem dan vrijblijvend contact met ons op.