Menu Sluiten

Pensioen

Pensioen is voor de meeste mensen een lastig onderwerp. Wat is ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen of arbeidsongeschiktheidspensioen? Hoe bouwt u uw pensioen op? En is dat allemaal genoeg om aan uw toekomstige behoeftes en wensen te voldoen, of heeft u een zogenaamd pensioengat?

Wij helpen u ontzorgen door uw vragen te beantwoorden, u goed te informeren over regelgeving en voor u in kaart te brengen wat u nog te besteden hebt na uw pensioen, in geval van arbeidsongeschiktheid of werkloosheid, of na overlijden van uw partner. Dit doen wij met behulp van het Diligentia Zorgplan. Aan de hand daarvan kijken we met u wat de beste oplossingen zijn in uw specifieke situatie en met uw specifieke wensen.

Hieronder vindt u uitleg over de ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen.

Klik hier voor meer informatie over lijfrente om uw pensioen aan te vullen.

Als u op uw oude dag stopt met werken, stopt uw salaris terwijl uw uitgaven gewoon
door gaan. De inkomsten moeten dan uit andere bronnen komen. Als u boven
de pensioengerechtigde leeftijd bent, ontvangt u een AOW-uitkering en soms een
pensioen, maar dit is niet altijd genoeg.

Het ouderdomspensioen in Nederland kent een drie-pijler-systeem. Dat wil zeggen dat ons ouderdomspensioen wordt opgebouwd door:

  1. AOW (eerste pijler)

Iedereen die woont of werkt in Nederland heeft op zijn/haar oude dag recht op een AOW-uitkering (AOW=Algemene Ouderdomswet). AOW is een basisvoorziening van de overheid, gekoppeld aan het minimumloon. De AOW-leeftijd gaat de komende jaren langzaam
omhoog tot 67 jaar en 9 maanden, tot deze in 2022 afhankelijk wordt van
de gemiddelde levensverwachting

  1. Werkgeverspensioen (tweede pijler)

Tijdens uw werkzame jaren in loondienst bouwt u als werknemer meestal
pensioenrechten op bij uw werkgever. Als u stopt met werken, krijgt u
dit bovenop uw AOW uitgekeerd.

  1. Eigen voorziening (derde pijler)

In de derde pijler kunt u eigen voorzieningen treffen als aanvulling op de eerste en tweede pijler. Ook ondernemers moeten in een eigen voorziening hun pensioen opbouwen, omdat zij de tweede pijler niet hebben.

De koers van de laatste jaren is dat u steeds langer door moet werken, terwijl er steeds minder pensioen uitgekeerd wordt. Het wordt daarom steeds belangrijker om een eigen voorziening te treffen om op uw oude dag nog genoeg te besteden te hebben.
 
Een fiscaalvriendelijke manier om een eigen voorziening te treffen voor aanvullend inkomen op uw oude dag is de lijfrente. Lees meer over lijfrente. Wij kunnen u hierover informeren en adviseren.

Als u werkt in loondienst en u komt te overlijden dan valt uw salaris
weg, terwijl de uitgaven voor uw partner wel door gaan. Het is dus erg
belangrijk om te weten hoe uw nabestaanden achter blijven. Ook voor het nabestaandenpensioen geldt het drie-pijler-systeem:

 

  1. ANW (eerste pijler)

We zien bij het ouderdomspensioen dat iedereen in Nederland recht
heeft op AOW. Ook ANW (= Algemene NabestaandenWet) is een
basisvoorziening die de overheid faciliteert, met het verschil dat niet
iedereen hiervoor in aanmerking komt. Er dient aan een aantal voorwaarden
voldaan te worden, bijvoorbeeld een kind te hebben onder de 18 jaar.

  1. Nabestaandenpensioen via de werkgever (tweede pijler)

Als u bij uw werkgever een ouderdomspensioen opbouwt, dan bouwt u ook
bijna altijd een nabestaandenpensioen op. Dit is voor uw partner een aanvulling op de
ANW. Of deze twee voorzieningen uiteindelijk voldoende zijn voor uw
partner is afhankelijk van jullie wensen.

  1. Eigen voorziening (derde pijler)

Mochten de ANW en het nabestaandenpensioen niet toereikend zijn, niet van toepassing zijn, of niet matchen met de wensen, dan is een aanvullende eigen voorziening wenselijk.

Een fiscaalvriendelijke manier om een eigen voorziening te treffen  is de lijfrente. Lees meer over lijfrente. Wij kunnen u hierover informeren en adviseren.

Stel, u werkt in loondienst maar kunt door een ongeval of ziekte niet meer werken. Uw vaste uitgaven gaan door, terwijl uw inkomen zal verminderen. In de meeste gevallen betaalt uw werkgever het eerste jaar volledig door en het tweede jaar zeventig procent. Echter, soms krijgt u in eerste jaar maar zeventig procent uitbetaald. Dit is afhankelijk van de regeling van uw werkgever. Na twee jaar komt u vaak in aanmerking voor een WIA-uitkering van de overheid  (Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). De hoogte van deze uitkering is afhankelijk van uw arbeidsongeschiktheidspercentage.

Soms is in een pensioenregeling een aanvullend inkomen bij arbeidsongeschiktheid verzekerd, maar dat is niet altijd het geval. Kunt u dan uw woonlasten nog betalen? En kunt u nog evenveel voor uw kinderen zorgen, of zult u meer moeten werken als uw partner arbeidsongeschikt raakt? Het is goed om eens goed door te denken hoe u en uw gezin ervoor staan in geval van arbeidsongeschiktheid van u of uw partner en of dit belangrijke consequenties zal hebben.